De dagelijkse medische actualiteit voor Belgische artsen en apothekers.
Mini-invasieve cardiale procedures zijn lang vooral uitgevoerd bij fragiele of inoperabele patiënten. Volgens meerdere studies die op het congres van het ACC zijn gepresenteerd, blijken de resultaten vergelijkbaar te zijn met die van conventionele chirurgie, zelfs bij patiënten met een laag operatief risico.
De FAME 3-studie is uitgevoerd bij 1500 vrij gezonde patiënten met een drietakscoronairlijden (zonder aantasting van de linkerhoofdstam), die werden behandeld met aortocoronaire overbruggingschirurgie (CABG) of percutane angioplastiek (PCI). De resultaten na een jaar waren nog in het voordeel van CABG, maar na vijf jaar was er geen significant verschil in sterfte, CVA en myocardinfarct meer tussen de twee groepen. De incidentie van myocardinfarct (8% vs. 5%) en nieuwe revascularisatie( 16% vs. 8%) was echter iets hoger in de PCI-groep.
Volgens de auteurs zijn die goede resultaten te danken aan aanwinsten in de beeldvormingstechnieken, een betere selectie van de targetletsels en een betere medicamenteuze behandeling.
In een andere studie bij 1478 patiënten in een goede algemene toestand bij wie een aortakunstklep diende te worden geplaatst, was de incidentie van een samengesteld eindpunt van overlijden en invaliderend CVA na vijf jaar vergelijkbaar in de groep die conventionele chirurgie had ondergaan, en de groep waarin de klep was vervangen via een katheter (TAVR).
In een andere studie bij 1618 patiënten met een intermediair of hoog operatief risico waren de resultaten na vijf jaar beter na TAVR dan na chirurgie. Dat alles verklaart de stijgende belangstelling voor mini-invasieve procedures bij interventionele cardiologie.
Referentie: persmededeling.