Huisarts Henri Dhollander (72) doet elke voormiddag consultaties, elke namiddag huisbezoeken en ’s avonds gaat de wachtkamer opnieuw open.
Hij werkt in Aalst, in een van de vele ‘donkerrode zones’ die deze week opnieuw werden aangeduid als problematisch qua huisartsentekort. “Hoe dit op te lossen? Meer artsen of: meer werken”, zo zegt hij in Het Laatste Nieuws.
“Het beroep van huisarts vervrouwelijkt en er is de numerus clausus. Maar zijn er huisartsen te kort? Ja en neen. Ze werken vaak te weinig. Ze zijn niet meer zo zot als onze generatie dokters, de zelfstandige einzelgängers die altijd oneindig veel uren klopten. Gemiddeld deed ik 20 tot 25 huisbezoeken, elke namiddag. Vandaag toch nog altijd zo’n 10. Ervoor en erna doe ik de raadplegingen, tot in de avonduren, hier op de praktijk. Het was soms gekkenwerk. Ik heb ook drie kinderen, mijn vrouw was ook drukbezet. Maar ‘me-time’, dat woord heeft mijn schoondochter me pas onlangs geleerd. Schoon woord, voor haar heel belangrijk. Maar niks voor ons. Wij werkten, wij stelden ons nooit vragen. Wij stonden altijd paraat. En nog.”
"Veel jonge huisartsen verkiezen de groepspraktijken, om meer vrije tijd te hebben, en misschien hebben ze gelijk. Maar daar gaat ’s avonds op nogal wat plaatsen de deur onherroepelijk dicht en het antwoordapparaat op. Ze hebben acht uur gewerkt, en hun dag zit erop. Dat noem ik een halftijdse baan, vergeleken met ons vroeger. Ik heb bijna 50 jaar lang zeker 13 uur per dag gewerkt, vaak nachten en weekends van wacht, de vele uren administratie die er vaak maar overhoeks bij inschoten niet eens meegerekend", aldus de huisarts in Het Laatste Nieuws.
Meer lezen

L’équipe de rédaction Tempo Today
Reacties