De dagelijkse medische actualiteit voor Belgische artsen en apothekers.
Wetenschappers hebben vastgesteld dat de hartspiercellen receptoren voor suikersmaak bevatten die vergelijkbaar zijn met de suikerreceptoren op de tong. Een onverwachte ontdekking. Zou stimulatie van die receptoren de hartslag beïnvloeden?
Klassiek wordt aangenomen dat de smaakreceptoren op de tong zitten en dienen om smaken waar te nemen, maar in feite komen ze voor in meerdere organen. Wat hun functie daar is, weten we niet. Op het 69e congres van de Biophysical Society is een studie gepresenteerd die aantoont dat er suikerreceptoren op het oppervlak van hartspiercellen zitten, meer bepaald TAS1R2 en TAS1R3. Nog een grotere verrassing was dat die receptoren ten volle functioneel zijn. Na stimulatie door aspartaam verhoogden ze de contractiekracht van de hartspier en versnelden ze de calciumstromen, twee processen die essentieel zijn voor een gezonde hartslag.
Na een maaltijd stijgen de hartslag en de bloeddruk, wat klassiek wordt toegeschreven aan een neuronaal mechanisme. Maar de vorsers opperen nu een andere verklaring: de postprandiale glykemie zou de suikerreceptoren van het hart direct activeren en zo de activiteit van het hart beïnvloeden.
Het hart van patiënten met hartfalen blijkt een grotere hoeveelheid suikerreceptoren te bevatten. Dat is mogelijk toe te schrijven aan een aanpassing van het hart aan een metabole verandering, waarbij het hart meer glucose gaat gebruiken om het energieverlies te compenseren. Een te sterke activering van die receptoren door zoetstoffen kan ritmestoornissen veroorzaken, wat een verklaring zou kunnen vormen voor bepaalde bijwerkingen van een hoge consumptie van dranken met zoetstoffen.
Hier klikken om er meer over te vernemen.